De start/stop-systematiek
Voor: alle gebruikers.
Bijna elk patiëntgetal in Pharma-Insights — wie start, wie stopt, wie blijft doorlopen — komt voort uit de start/stop-systematiek. Het systeem kijkt per patiënt per maand naar de verstrekkingen en bepaalt in welke fase van de behandeling die patiënt zich bevindt. Dit artikel legt uit welke vijf fasen er zijn, hoe de instelling # maanden start/stop de uitkomst bepaalt, en waar u de resultaten terugziet.
Kort samengevat Pharma-Insights deelt elke behandelmaand van een patiënt in als starter, doorlopend, pauzerend, stopper of eenmalig. De grens tussen "nog dezelfde behandeling" en "een nieuwe behandeling" wordt bepaald door de toegestane onderbreking: het filter # maanden start/stop (standaard 6, instelbaar van 1 tot 16 maanden). Verandert u die instelling, dan veranderen de aantallen mee — de classificaties worden namelijk vooraf berekend voor elke instelling.
De vijf fasen
Pharma-Insights kent elke behandelmaand van een patiënt aan één van vijf fasen toe:
- Starter — de patiënt begint (opnieuw) met een behandeling. Een starter is óf therapie-naïef (de patiënt had niet eerder een geneesmiddel uit dezelfde therapeutische subgroep) óf een switcher (de patiënt kreeg al eerder een ander geneesmiddel uit dezelfde therapeutische subgroep). Zie Startende therapie-naïeve patiënten en Switchende patiënten.
- Doorlopend — de patiënt is in deze maand onafgebroken op de behandeling.
- Pauzerend — de patiënt heeft de behandeling tijdelijk onderbroken, maar hervat die later weer. Een pauze is dus iets anders dan een definitieve stop.
- Stopper — de laatste maand met een verstrekking vóór een onderbreking die als echte beëindiging telt.
- Eenmalig — de patiënt kreeg het geneesmiddel slechts in één maand, zonder een aansluitende behandelperiode ervoor of erna.
Wat is een "therapeutische subgroep"?
Het onderscheid tussen een therapie-naïeve starter en een switcher draait om de therapeutische subgroep: een groepering van geneesmiddelen met een vergelijkbaar werkingsgebied (het vierde niveau van de ATC-classificatie). Zie ATC.
Krijgt een patiënt een geneesmiddel terwijl hij niet eerder een middel uit dezelfde therapeutische subgroep had, dan is het een naïeve start. Had de patiënt al wél een ander middel uit diezelfde subgroep, dan registreert Pharma-Insights het als een switch — en onthoudt het systeem van welk voorgaande geneesmiddel is overgestapt.
Hoe # maanden start/stop de uitkomst bepaalt
De kern van de systematiek is de vraag: als een patiënt een tijd geen verstrekking heeft gehad, is dat dan een onderbreking binnen dezelfde behandeling, of het einde van de ene en het begin van een nieuwe behandeling?
Die grens stelt u in met het filter # maanden start/stop. De waarde is een tolerantie voor onderbrekingen: "behandel een tussenpoos van maximaal zoveel maanden zonder verstrekking nog als dezelfde, doorlopende behandeling." Een tussenpoos die langer is dan de ingestelde waarde, telt als een echte breuk — en dus als een stop gevolgd door een nieuwe start.
De standaardwaarde is 6 maanden. U kunt deze instellen op elke waarde van 1 tot en met 16 maanden.
Een voorbeeld
Een patiënt krijgt in januari 2025 de laatste verstrekking van geneesmiddel A. In januari 2026 — twaalf maanden later — krijgt de patiënt geneesmiddel B, dat in dezelfde therapeutische subgroep valt.
| # maanden start/stop | Resultaat |
|---|---|
| 6 | De tussenpoos (12 maanden) is groter dan 6, dus dit is een nieuwe start. Omdat A en B in dezelfde subgroep zitten, telt de patiënt als switcher. |
| 16 | De tussenpoos (12 maanden) past binnen 16, dus dit geldt als dezelfde, doorlopende behandeling — geen nieuwe start. |
Hetzelfde tijdpad levert dus een ander beeld op bij een andere instelling. Dat is geen onnauwkeurigheid, maar precies de bedoeling: u kiest zelf hoe streng het systeem een onderbreking interpreteert.
Let op: wijzigt u # maanden start/stop, dan veranderen de aantallen starters, stoppers, doorlopende en pauzerende patiënten mee. Vergelijk overzichten daarom altijd bij dezelfde instelling.
Vooraf berekend per instelling
Pharma-Insights berekent de classificaties niet pas op het moment dat u een pagina opent. Voor elke patiënt wordt de hele tijdlijn vooraf doorgerekend — voor álle waarden van # maanden start/stop (1 tot en met 16) tegelijk. Het systeem bewaart als het ware 16 parallelle interpretaties van dezelfde tijdlijn. Wanneer u de instelling wijzigt, schakelt Pharma-Insights simpelweg naar de bijbehorende, al klaarliggende interpretatie. Dat verklaart waarom de getallen direct meebewegen met uw keuze.
Waar ziet u de resultaten?
De start/stop-systematiek voedt onder andere:
- het Maandoverzicht — starters, doorlopende, pauzerende, stoppers en eenmalige patiënten per maand;
- het Patiëntenverloop — de populatielijn en de startende en eenmalige patiënten per maand;
- de Rapportage Starters;
- de Switch-analyse;
- de patiëntmonitors in de dashboards.
Hoe het aantal "actieve" patiënten zich verhoudt tot het aantal "unieke" patiënten leest u in Patiënten tellen: actief versus uniek.